Foute vrienden

kat en hond vriendschap

Mijn ouders maakten zich vroeger zorgen om mij. Hoe vaak ik hen vertelde dat ze zich geen zorgen hoefden te maken, het maakte niet uit. Vooral mijn moeder maakte zich druk. Niets kon haar op andere gedachten brengen.  Mijn moeder begreep niet dat er een logische reden was, dat ik niet met foute vrienden om zou gaan. Want die had ik niet. Ik hoorde niet bij de “coole” kinderen van de klas. Ik was braaf, daarom vonden kinderen mij saai. Dus hoorde ik er niet bij. Mijn moeder geloofde dat niet, ze was altijd bang dat ik de behoefte had om me te bewijzen dat ik stoer was en ik dingen durfde.  Maar ik had een hele andere definitie van stoer en ik vond make-up stelen echt niet stoer.

stoer jongetje

Deed niet mee

Ik deed niet mee als er criminele uitdagingen waren, “durf jij dit of dat te jatten” of “pak de lipbalsem bij de kassa, jat het onder hun neus vandaan”. Want onze klas stond bekend als de “boefjes” klas. Je kunt je wel voorstellen dat mijn ouders bezorgd waren. Ik was helemaal niet geïnteresseerd in spullen jatten om erbij te horen. Ik wilde best vrienden met ze zijn maar dan wel op mijn eigen voorwaarden. Ik vond het maar raar dat je een strafblad moest krijgen of hebben om bij de vriendenclub te horen.
Er was altijd een alfa persoon die dan bepaalde wat de groep deed, in dit geval was het een meisje. Dat zei: “Wij gaan naar het winkelcentrum en jij bent niet uitgenodigd”. Of “Wij gaan naar de bioscoop, maar jij hoeft niet te komen, tenzij je daar na toegaat in je eentje, niet bij ons komen zitten, hoor”. Ik dacht altijd “Sterf mens”, ik kon niet weten wat de toekomst zou brengen maar “het lot” had nog heel veel voor haar in spé. Ze zou nog heel veel moeten leren. Dat wist ik toen nog niet maar dat weet ik nu. Mijn oom, hij is dominee, zei altijd: ”Gods wegen zijn ondoorgrondelijk”. Ik vond het heel irritant wanneer hij dat deed, maar ik begreep wel wat hij zei.

Mijn moeder apetrots

Dus besloot ik om mezelf te vermaken en mijn eigen ding te doen. Terwijl andere kinderen in het winkelcentrum aan het stelen en kattenkwaad uithaalden, was ik aan het knutselen en schilderen. Ik merkte dat ik niet de enige was, die buitengesloten werd. In de loop van de jaren ontmoette ik steeds meer kinderen die kwamen schilderen en meehelpen. We waren outcasts, een paar vielen ten prooi van pestkoppen maar we gingen door.

We werden uitgemaakt voor nerds, watjes, sukkels, lozers, lievelingetje van de leraren omdat we braaf waren. Later kregen we te horen dat er een groepje kinderen van mijn klas voor de kinderrechter moest verschijnen omdat ze opgepakt waren. Mijn moeder was apetrots dat ik niets met hen te maken had. Mijn ouders waren blij dat ik het leuk had op school en dat ik lekker knutselen en zagen kon. Ze zagen dat ik het leuk vond om creatief bezig te zijn en natuurlijk vond ik mijn handvaardigheidsvrienden ook heel leuk.

schilderen

Het was altijd heel gezellig, iedereen nam dan wat te eten mee. Ik had altijd aardbeienjamkoekjes mee van mijn oma. Daar was ik zelf zo gek op en mijn vrienden ook. Het was ons leukste tijd en wanneer onze docent handvaardigheid tijd had (want hij had ook een gezin dat thuis op hem wachtte). Konden we met de meester zelf kunst projecten beginnen. Het was een handvaardigheidswalhalla! Ik denk er nog vaak aan terug, wat een geluk hadden wij dat we zo’n leuke school hadden. Ja, ik heb wel veel geluk gehad met die leuke docenten en leuke klasgenootjes om me heen. Met mijn ma was het toch nog goed gekomen. Al hoewel ze een beetje te vroeg gejuicht had. De studententijd kwam eraan. Arme ma:-).

 
Follow Suzanna’s world on WordPress.com

Advertenties