Je bent wat je draagt | Mode jaren ’70

De jaren ’70 stond bekend als het ik-tijdperk (’65-’75). Typerend aan deze tijd was dat mensen zich individueel van elkaar wilden onderscheiden. Dit wilden zij tot uitdrukking laten komen in hun kleding. Steeds meer onthulde de mode de individuele smaak en de persoonlijkheid van de drager. De jeugd ging op het gebied van mode steeds meer invloed uitoefenen. Zich zelf zijn, de behoefte aan functionele en wegwerpkleding stonden centraal in de manier waarop deze jongeren zich kleedden.

Verdwenen optimisme

Het optimisme in de jaren zestig verdween in de jaren zeventig. Economische problemen zorgden voor een toenemende werkeloosheid. In deze periode brak de ellende los. Er was veel vraag naar harddrugs en een toenemende criminaliteit was hiervan het gevolg. In de jaren zestig werden nog vreedzame demonstraties gehouden maar in de jaren zeventig bloeiden de actiegroepen op als nooit te voren. Krakers verzetten zich tegen de woningnood en huizenspeculatie. Ze schuwden daarbij geen geweld.  De grens tussen vreedzame actie en geweld werd dan ook overschreden.

Alternatieve leefwijzen

Velen zochten hun toevlucht naar alternatieve leefwijzen om te ontkomen aan de prestatiedrang en de onderlinge concurrentie. Men wilde zich van de maatschappij afzetten, een eigen identiteit ontwikkelen. Zo ontstonden er onder de jeugd verschillende groepen die ook een eigen stijl en gedragscodes hadden. De media greep dan ook haar kans en begon verschillende stijlen te promoten. Zoals de merken Levi, Calvin Klein en Nike (sportschoenen). Deze merken werden bekend omdat dit de namen waren van rijke ontwerpers, die alleen de rijken konden kopen. De mensen kochten deze kledingstukken om zelfverzekerd over te komen, de schijnbare indruk over te laten komen dat men rijk was. Dit bewees al gauw dat mensen met merkkleding onzeker zijn.

photo of man playing guitar
Foto door Harrison Haines op Pexels.com

Andere ideeën

De arme mensen konden dat soort dure kleding niet veroorloven. Hierdoor ontstond al gauw een onderscheid tussen de rijke en arme klassen. Deze klassen hadden zo hun eigen normen en waarden. De kinderen werden met deze normen opgevoed. De armsten konden zich dure kleding niet veroorloven en aangezien de maatschappij naar het uiterlijk oordeelde kwam de jeugd hier in opstand. Zij gingen zich anders kleden dan de ouders hen had meegegeven. En zij gedroegen zich anders, ze hadden andere ideeën, andere opvattingen en andere kleedgedragingen. Zo ontstonden er verschillende kleedgedragingen onder de jongeren.

Variëteit aan stijlen

De jeugd kon in verschillende groepen worden ingedeeld. De gewone kinderen en de apartelingen. De gewone kinderen hadden als kenmerk onopvallendheid. Ze droegen praktische kleding die door hun ouders gekocht waren of die door een oudere broers of zus afgedankt was. De belangrijkste functie van hun kleding was het beschutten van hun lichaam tegen kou en tegen blikken van mensen. In de ogen van andere jongeren waren deze kinderen heel aardig, maar nogal lomp en braaf. Zij hadden geen enkele behoefte om het heft in eigen handen te nemen en lieten het aan hun ouder over hun kleding te regelen.

dancing man among crowd
Foto door Wallace Chuck op Pexels.com

Dure merkkleding

Dan had je de kakkers. Ze onderscheidden zich van de rest doordat ze dure merkkleding droegen in typerende kleuren: donkerblauw, donkerrood, lichtgeel, lichtblauw en wit. Broekrokken, dikke willen kniekousen in effen pasteltint of ruitmotief, parelkettinkjes, shawls, penny shoes, mocassins en grijzen flanel pantalons horen vaak bij de uitrusting. Je moet een gemiddeld inkomen hebben om je als kakker te kleden. Het dragen van merkkleding was daarbij noodzakelijk.

Meerder lagen

Daarnaast werden er meerdere kledingstukken over elkaar heen gedragen dat elk afzonderlijk van elkaar aan kwaliteit te controleren was. Van poloshirts bijvoorbeeld werden er meer dan twee over elkaar heen gedragen. De kraagjes werden opgezet zodat goed te zien was hoeveel shirts gedragen werden. Over de poloshirts werd vaak een lamswollen trui met v-hals gedragen en daar overheen kon ook nog een trui nonchalant om de schouders gedrapeerd worden.

Neerkijken op anderen

In de ogen van anderen waren kakkers verwaand; ze keken neer op kinderen uit andere milieus en “lagere” schooltypen. Zelf kwamen ze uit welgestelde gezinnen met een vader die bijvoorbeeld chirurg of jurist was en een moeder die zich vaak ook als ‘kak’ verkleedde. In hun vrije tijd zaten die jongeren op hockey, tennis en kregen ze klassieke muziekles.

ball close up colors dark
Foto door NEOSiAM 2020 op Pexels.com

De Disco’s

De Disco-jongeren hadden een hekel aan kakkers. Zelf kwamen ze uit “lagere” milieus. Ze vonden dat ze meer in het leven stonden dan anderen, gingen vaak de stad in en hielden van popmuziek van dansen. Daarnaast kleedden ze zich naar de laatste disco-mode die te vinden was in zaken als Fooks, Cool Cat en Foxy Fashion. Ook bij hen waren merkkleren in trek, maar ze combineerden die vaak anders dan kakkers. Het verschil zat in de kleine details, die alleen voor ingewijden herkenbaar waren. De media en de commercie vervulden een belangrijke rol. Via de media maakten de kinderen kennis met popsterren en popgroepen en kregen zo een beeld wat “in” was.

Bijbaantjes

Damesgroepen vormden een voorbeeld voor de meisjes, terwijl de jongens zich lieten inspireren door jongensgroepen of andere artiesten zoals John Travolta. Andere inspirerende sterren waren Diana Ross of the Supremes, the Jackson 5, Barry White, Bee Gees en meer. De commercie verkocht de platen, de kleding en andere attributen (walkman, ghetto-blaster) die bij een vlotte imago hoorden. In de commerciële disco’s werd er altijd naar hun gekeken. De meeste Disco’s hadden ook de disco moves onder de knie. Om tot deze groep te behoren moet je veel geld aan kleding uitgeven. Velen verdienen geld door bijbaantjes. Dit in tegenstelling tot de meeste kakkers, die het geld van hun ouders kregen.

De apartelingen

Dit was een verzamelnaam voor verschillende kleine groepjes. Dit waren groepjes zoals de Punks, Alternatievelingen en de Hardrockers. De punkers hadden hun haar omhoog staan en verfden het vaak. Ze droegen zwarte en grijze kleding met hier en daar een fluorescerende kleur accent. Hun kleding was of leek out en werd tweedehands gekocht. Als make-up viel de zwarte eyeliner op. Punks liepen op oude gympen of op zwarte laarzen. Symbolen die hun opvattingen uitdrukten bijvoorbeeld het anarchisten- en het krakersteken werden op hun t-shirts gedrukt. De Alternatieven droegen geitenwollen sokken en tweedehandse slobberkleding. Ze hadden sandalen of gummielaarzen vrij slordig lang haar. Meestal gebruikten alternatieve meisjes (feministen) geen make-up.

Vegetariërs en Veganisten

De Alternatievelingen gingen graag vaak een discussie aan over wat in hun ogen maatschappelijke misstanden waren. Sommigen waren vegetariër geworden en een enkeling werd veganist en wilde geen leer meer dragen. Verder waren ze te herkennen aan de symbolen op hun tas of agenda; het ban-de-bom-teken, krakersteken, het kom-niet-aan-mijn-makker-handje tegen racisme en bij een enkel meisje het Venussymbool als aanhanger van het feminisme.

man and woman in black tops
Foto door Bruno Bueno op Pexels.com

Hardrockers

De Hardrockers kleedden zich vrijwel onopvallend. Bovendien waren die vaak jongens. Ze waren te herkennen aan de namen van bepaalde bands die ze op hun tas of jas geschreven hadden: Iron Maiden, Motorhead, Biohazard. Als ze in het weekend de kleren van hun stijl droegen was dat een spijkerkleding die soms versierd is met nagels, badges, opschriften en applicaties. Typisch was het versierde mouwloze spijkerjack dat over een leren jack gedragen werd. Ze droegen grote zware laarzen en dito armbanden en riemen. Ze droegen t-shirts die buitenstaanders afschrikten. Shirts met schedels, messen, wapens, bloed en kruisen. Dat was met opzet gedaan. Niet alleen om de mensen af te schrikken maar ook om mensen wakker te schudden. De mensen te waarschuwen dat het fout was, wat er allemaal in de wereld gebeurde. De oorlogen, ellende, de dood werden op de t-shirts gedrukt. De bands schreeuwden over ellende, verrotting en dood. Door in zo’n shirt te lopen werd de omgeving geschokt en werd de ellende van de WOII onder hun neuzen gewreven.

Taboes doorbreken

De jongeren wilden in de jaren zeventig taboes doorbreken. De overgebleven waarden wilden ze vernietigen, door in opstand te komen. Net als andere mensen probeerden zij zich van de samenleving te onderscheiden. De één extremer dan de ander. Het was de bedoeling om op te vallen en in de kleding kon dat makkelijk tot uiting komen. Zo kleedde mensen zich naar hun identiteit. Je was zoals je je kleedde.

Nog een keer Disco Inferno…burn baby burn

Liefs Suzanna

Advertenties

Dit vind je misschien ook leuk...