Ons lieve opa, waarom ik 4 mei herdenk in stilte

Dodenherdenking en bevrijdingsdag

Mijn opa heeft als Molukker voor Nederland gevochten tijdens Nederlands Indië. Dat is de reden waarom ik hier ben. Waarom mijn ouders hier zijn, waarom mijn familie hier is.

In Haarlem ben ik opgegroeid en ik leid een gelukkig leven in Amsterdam, dankzij mijn opa. Dankzij zijn keuze om voor Nederland te vechten, ben ik hier. Ik ben en zal hem daar voor de rest van mijn leven dankbaar zijn. Want we hebben het hier goed. Er wordt voor ons gezorgd, ook wanneer we geen geld zouden hebben, is er een sociaal netwerk dat ons opvangt en ons uitkeringen biedt om te overleven. Mijn familie in Indonesië heeft dat niet, word je daar ziek en heb je geen geld dan ga je gewoon dood.

Gelukkig leven

In Nederland leef ik een gelukkig leventje met mijn eigen lieve Belanda, mijn vriend. Ik kan doen wat ik wil, in alle vrijheid. Zonder beoordeeld te worden en zonder vooroordelen.

Op sommige dagelijkse dingen in Nederland, kan je de doodstraf krijgen in Indonesië. Wat voor ons een recht is van vrijheid, is voor mijn nichtje in Indonesië een droom. Mijn nichtje zal geen jointje kunnen roken, daarvoor kan ze de doodstraf krijgen. Natuurlijk kan ze uitgekocht worden maar dan is ze haar leven alsnog niet zeker. Geheimhouding van namen is verplicht, maar alles is te koop tegen de juiste prijs. Het zal eeuwen duren voordat dat veranderd.

Leeft voort

Vaak denk ik nog terug aan mijn opa. Hij is er al lang niet meer maar hij leeft nog voort in mijn gedachten. Vooral de laatste paar dagen. Wanneer ik de krant lees en de teksten zie “massamoordenaar, landverrader”. Ja, dat was ook zo. “massamoordenaar”, dat kan kloppen, maar landverrader, klopt niet. Daar maken mensen een denkfout. In de tijd van Nederlands Indië waren mensen zoals mijn opa kolonisten. Mijn familie zijn nazaten van (ex)kolonisten, wij zijn nazaten van Nederlands Indiërs. Vechten voor je vaderland was vechten voor Nederland. Dat gaat vele generaties terug, familie en voorouders waren ook Nederlands Indiers. En zij kozen voor Nederland. In een oorlog ben je vriend of vijand, zo zwart-wit was het. Mijn opa is in ogen van een Indonesiër een landverrader, alleen klopt dat theoretisch niet.

Foto-XVNTHYZF-G

Kogels

Mijn opa vertelde hoe hij vocht tegen het Indonesische verzet. Hoe hij zigzaggend kogelregens  ontweken had. Hij vertelde dat hij een paar keer geraakt was op niet dodelijke plekken maar door moest. Hij had daar een granaatscherf aan overgehouden, als ik het me goed kan herinneren. Toen hij ouder werd, had hij op een gegeven moment een wandelstok nodig. Ik kan me dat goed herinneren hoe hij kwaad ermee zwaaide omdat het buurjongetje met een voetbal mijn opa’s klaprozen vernield had. Ik vond het wel een grappig tafereel om te zien, hoe hij met zijn wandelstok zwaaide als een dirigent roepend “Edwin!! Niet tegen de schutting voetballen! Binatang ini!” Ik moest daar altijd vreselijk om lachen en Edwin kreeg altijd zijn bal terug. Mijn vader en hij waren hartsvrienden. Onze families hadden een sterke band. We groeiden met elkaar op, waar we nog leuke herinneringen aan over hielden.

Overleven

Wanneer mijn opa over zijn herinneringen sprak, begreep ik dat hij een verhaal vertelde hoe hij en zijn gezin moesten overleven. Mijn opa vertelde dan trots over oma, dat ze hem gered had van een kidnapping. Hij vertelde dat hij door een Nederlandse vrouw gestalkt werd. Ze stalkte ook oma en de kinderen. Wanneer mijn oma en de kinderen menari les hadden (traditioneel dansles), zag mijn oma de vrouw op de achtergrond in het regenwoud of ergens achter verscholen als een echte stalker.

Menari les

Mijn oma gaf vroeger traditioneel dansles aan dorpelingen. Ze werd door veel mensen ingehuurd om les te geven. Overal waar ze kwam, dook de vrouw op. Blijkbaar bestudeerde ze het dagelijkse leefpatroon van mijn opa en gezin. Omdat mijn opa niet met de vrouw meewilde naar Nederland, besloot ze op een dag hem te ontvoeren. Daarmee kocht ze een groepje dorpelingen om, om hem te ontvoeren. Hij was niets vermoedend thuis, oma was in de kampong met de kinderen, toen hij uit bed gelicht werd, onder schot gehouden en meegenomen. Een buurjongetje was naar mijn oma gegaan om het te vertellen.

Oma redt haar man

Mijn oma had op slinkse wijze de ontvoering geprobeerd te saboteren  en daarna mondde het uiteindelijk uit op een heuse catfight.

Dansende vrouwen

Menari Lenso

Ik moest vreselijk lachen om het verhaal en ik vond het grappig. Ik wist dat het ernstig was maar de manier waarop ze het vertelde vond ik leuk. Eerst dacht ik “Ha, een stoere man die ontvoerd wordt”, en dan “Ja, dat kan natuurlijk ook. Het zijn niet altijd vrouwen die geschaakt worden”. Mijn oma vertelde dan hoe ze met een bezemsteel het huis van de vrouw binnen rende om haar man te redden. Soms deed ze het wel eens voor hoe ze met de bezemsteel zwaaide. Ik ging helemaal stuk van het lachen. Dan zei ze: “En ik deed zo, ik vervloekte haar met Goena Goena (zwarte kunst), daar schrok ze van en toen heb ik met de bezem geslagen, laat mijn man vrij”. “Ze heeft opa vrij gelaten omdat ze wel moest, ik was veel te sterk voor haar”.

Danste door de kamer

Dan danste ze in de woonkamer, soms struikelde ze bijna over het kleed in de woonkamer. Mijn opa kreeg dan een twinkeling in zijn ogen en lachte om mijn oma. Dan rende ze soms door de woonkamer en zwaaide met de vliegenroede om zich heen. Alsof ze de geest van de vrouw nog verjagen moest. Mijn opa vond het altijd prachtig, hij was supertrots op oma. Ik heb zo hard gelachen dat de tranen over de wangen rolden. Mijn oma die met de vliegenroede door de woonkamer rende en een karateshow liet zien. Ze sprong er een beetje bij. Ja, mijn oma was nog fit.

De Nederlandse vrouw was niet lang daarna in haar eentje naar Nederland terug gegaan, wat met haar gebeurd was, weet niemand. Wat mijn oma wel wist dat de vrouw één van de eerste boten terug had genomen naar Nederland. Mijn opa en oma zouden als laatst overkomen naar Nederland.

Gezinnen gered

Mijn opa had Nederlandse gezinnen geholpen naar de boot te komen voor de “grote overtocht”, hun terugkeer naar Nederland. Zij moesten beschermd worden tegen de Indonesische verzetsstrijders die hen wilde doden. Hij en anderen, moesten er voor zorgen dat deze mensen bij de boot aankwamen. Hij zei dat de Nederlandse mannen de minste kans hadden het te overleven. De meeste vrouwen werden gespaard, maar de mannen ookal waren dit gewone burgers, waren het voornaamste doelwit. Wanneer hij dat vertelde, zag ik zijn verdrietige blik. Ik begreep dat hij mensen en vrienden had verloren.

Er zijn veel mensen doodgeschoten, Nederlands Indiërs en veel verzetsstrijders maar ook veel gewone burgers. Om de Nederlandse gezinnen te redden, moest hij Indonesische verzetsstrijders neerschieten die hen wilden doden. Op een of andere manier moet ik altijd aan Rambo denken, alleen dit was echt. In deze oorlog sneuvelden veel Indonesiërs en ook veel Nederlanders.

Alleen achtergelaten

Hij vertelde dat hij nadat ze de Nederlanders hadden helpen ontsnappen, alleen achtergelaten werden. Zij moesten het “front” bewaken. Zij zouden later opgehaald worden maar dat zou jaren later zijn, dat wisten ze toen niet.

Opa was hoofd-thuispost-commandant met als standplaats Hollandia (Jayapura). Ik had foto’s gezien van mijn ooms en tantes bij de opening van een nieuw politiekazerne in Jayapura en mijn opa was daar hoofd-thuispost-commandant. Mijn opa en oma hadden toen een dansgroep opgericht en de kinderen kwamen bij de opening een dans doen. Later had hij infiltranten op laten pakken die de Nederlanders wilden doden en drie containers onderschept met mitrailleurs, pijl en bogen, parangs en andere wapens. Het hele dorp was in rep en roer. Hij kreeg een dreigbrief binnen dat hij vermoord zou worden, dus moesten ze vluchten naar Nederland. In 1965 werden mijn opa en gezin niet met de boot maar met het vliegtuig overgebracht door de Nederlandse overheid.

GEEN CAPTION

Bersiaptijd

Meer hoorde ik niet. Het verhaal had een hoop ontbrekende jaren, zoals de Japanse bersiaptijd, daar hoorde ik niets van. Mijn opa en oma waren op 24 november 1945 getrouwd, wat betekende dat ze de Bersiaptijd meegemaakt hadden. Ik weet van mijn geschiedenislessen dat in 1946 de duistere tijd was aangebroken. Mijn opa had daar maar weinig over verteld. Hij had een kort verhaaltje over hoe ze Japanse troepen weggejaagd hadden, die de huizen in brand staken, maar verder kwam het niet. In de tijden dat er een gezamenlijk vijand was, moesten ze elkaar helpen te overleven. Hun geschillen moesten ze opzij zetten om tegen de Japanners te vechten. Het waren de meest bloedigste jaren die Indonesië gekend heeft. Dan stopte zijn verhaal en werd hij stil. Hij wilde er niets over kwijt.

In de regen

Eén keer vertelde hij over zijn dagenlange patrouille in een gat in het oerwoud, dat hij in de regenstorm in een kuil een Japans strafkamp in de gaten hield. Zijn neef, die pro-Indonesië was, was daar naar binnen gebracht. Hij zou met andere dorpelingen, de kameraden van zijn neef, het kamp bevrijden. Ik heb nooit geweten wat er gebeurd was, maar ik heb het vermoeden dat het een bloedbad was geworden. Japanners, Indonesiërs, Nederlanders, Britten, Australiërs, Papupua’s zaten gevangen in deze kampen. Bij een uitbraak of verzet vielen er vele doden. Ik heb het vermoeden dat zijn neef het niet overleefd had. Want ik had hem nergens meer op foto’s gezien.

Wanneer hij over het verhaal begon, stopte hij meteen. Hij vertelde het verhaal alleen wanneer hij in zijn eentje stilletjes op zijn kamer huilde. Mijn zus en ik waren dan altijd bezorgd. Hij zei altijd dat hij verkouden was, maar ik wist dat hij verdriet had om het verleden. Van zijn familie waren slechts een paar familieleden die het overleefd hadden. Sommige mensen verdwenen van de radar en bleken nadat ze te horen kregen dat we ze zochten, in leven. Mijn tante vertelde dat dat een van de mooiste momenten was, dat haar vader zijn familie (wat nog over was) weer terug vond. Ik ben niet lang daarna met mijn ouders naar het museum geweest in Jogjakarta en andere musea in andere delen van Java. Ik begreep toen waarom hij niets kon vertellen.

Veel geluk

Het was verschrikkelijk, voor iedereen. Ik begreep toen dat we vreselijk veel geluk hebben gehad, want mijn opa en zijn gezin hebben veel moeten reizen. Ze konden nergens lang blijven. Ze moesten vluchten want ondanks alles ging het moorden nog door, andere mensen hadden niet die luxe, die konden niet weg komen en veel hebben het niet overleefd. Wonder boven wonder, wist mijn opa het te overleven. Veel heeft hij niet meer verteld, maar ik weet wel dat hij opgelucht en angstig was toen hij in 1965 naar Nederland kon.

Mijn opa zei altijd:”Wees gelukkig en maak wat van je leven. Je moet doen wat je leuk vindt, wees blij met je leven hier”, dan zei hij met alle ernst in zijn ogen. “Doe je best om een goed mens te zijn, wij zijn naar Nederland toegekomen voor de kinderen en de kleinkinderen zodat ze in Nederland op konden groeien, doe je best voor opa en oma en voor jezelf”, En dan werd hij altijd heel erg emotioneel. Wij, de kleinkinderen knikten dan braaf. “Ja opa, ik doe me best”, zei ik dan altijd. Om die reden zal ik elke 4 mei de doden herdenken. Uit respect voor ALLE slachtoffers. Dag opa, we missen je, heel erg.

Advertenties